Het rode batterijsymbool kan tijdens het rijden verschijnen terwijl de auto nog normaal lijkt te functioneren. Dat maakt de waarschuwing gemakkelijk te onderschatten, maar vóór de koude en donkere maanden kan de beschikbare elektrische reserve sneller opraken. Meestal betekent het lampje dat de 12-voltaccu niet meer goed wordt bijgeladen, niet simpelweg dat de accu bijna leeg is.
Betekenis van het symbool
Bij het aanzetten van het contact mag het acculampje kort branden. Zodra de motor loopt, hoort het te verdwijnen. Blijft het zichtbaar of gaat het onderweg aan, dan zegt dat niet rechtstreeks hoeveel energie nog in de accu aanwezig is. Het wijst erop dat het laadsysteem mogelijk onvoldoende stroom levert, waardoor de auto tijdelijk op de resterende acculading blijft functioneren.
Bij benzine- en dieselauto’s kan de oorzaak liggen bij de dynamo, spanningsregelaar, aandrijfriem of een losse elektrische aansluiting. Bij hybride en elektrische auto’s kan een storing in het 12-voltcircuit of de DC-DC-omvormer spelen. Een lampje dat slechts af en toe oplicht of flikkert, is daarom niet vanzelfsprekend onschuldig. Ook een onderbroken storing kan betekenen dat de accu niet voortdurend correct wordt geladen.
Waarom winterweer meespeelt
Een accu levert bij lage temperaturen minder gemakkelijk stroom. Tegelijkertijd neemt het elektrische verbruik toe door verlichting, ventilatie, achterruitverwarming en stoelverwarming. Een oudere accu of een laadsysteem dat al op de grens functioneert, houdt het onder die omstandigheden minder lang vol. De auto kan nog enige tijd normaal rijden, maar de resterende marge is zonder meting moeilijk in te schatten.
Een versleten accu activeert het rode waarschuwingslampje overigens niet altijd. Traag starten, tijdelijk dimmende verlichting of een start-stopsysteem dat geregeld niet beschikbaar is, kunnen eerdere aanwijzingen zijn. Veel korte ritten vergroten het probleem, omdat de accu tussendoor weinig gelegenheid krijgt om te herstellen. Zulke signalen zijn vooral relevant wanneer ze vaker voorkomen of duidelijk sterker worden bij kou.
Juist reageren onderweg
Gaat het lampje tijdens het rijden branden, zoek dan een veilige stopplaats. Schakel alleen niet-noodzakelijke stroomverbruikers uit; laat verlichting en voldoende ontwaseming aan wanneer zichtbaarheid en omstandigheden dat vereisen. Vermijd onnodig uitschakelen en opnieuw starten, want na het afzetten kan de motor mogelijk niet meer aanslaan. Stijgt tegelijk de motortemperatuur, wordt de besturing plotseling zwaar of ruikt u verbrand rubber, stop dan zo snel mogelijk veilig.
Laat vóór de winter bij twijfel zowel de accu als het volledige laadsysteem testen. Alleen de accu vervangen verhelpt geen defecte dynamo, aandrijfriem, spanningsregelaar of elektrische verbinding.